Welkom bij de Kabouteravonturen

Kaboutertjes zijn lieve kleine mannetjes. Ze beleven veel avonturen die ze graag met iedereen willen delen. De verhalen die afgelopen maanden op facebook zijn verschenen zijn gebundeld en kunnen hieronder als PDF worden gedownload.

Download de kabouteravonturen

 

Lekker buiten spelen

Kaboutertjes spelen graag buiten. Vorige week was het heel koud buiten en hebben de kabouters met sleetjes in de sneeuw gespeeld, op bevroren poeltjes geschaatst en sneeuwballengevechten gehouden. Zaterdag scheen de zon en was het lekker warm buiten. De kabouters hebben tikkertje gespeeld en zich overal verstopt voor mensenkinderen. Mensenkinderen waren overal opzoek naar kabouterdeurtjes. De kabouters vinden dat prachtig. Ze verstoppen zich om te kijken hoe mensenkinderen op hun deurtjes kloppen. Aan het eind van de avond waren ze allemaal moe. Opweg naar huis voelde een kaboutertje zich niet lekker. Hij trok wit weg rond zijn neus en de andere kaboutertjes raakte een beetje in paniek. Snel belde ze de ziekenauto. Het kaboutertje werd voor alle zekerheid meegenomen naar het ziekenhuis. Daar aangekomen konden ze hem nergens meer vinden. Na goed zoeken zagen ze hem op het kussen liggen. Ja, het was en heel klein kaboutertje. De docter heeft hem helemaal onderzocht maar gelukkig was er niets ernstigs aan de hand. Waarschijnlijk heeft hij een zonnesteek opgelopen van de hele dag buiten spelen. Voor alle zekerheid is hij een nachtje in het ziekehuis gebleven. De lieve zusters hadden een mooi kabouterbedje gemaakt van kussentjes in een sinasappelkistje. Hij heeft daar heerlijk geslapen, ondergedekt met een klein dekentje. De dag erna is hij bij pa Pinkelman achterop de fiets mee naar huis gegaan.  

Carnaval 2021

Carnaval 2021 was anders dan alle andere jaren. De kabouters en grote mensen mogen geen feest vieren zoals ze gewend zijn. Grote mensen moeten na 9 uur thuis blijven anders kunnen ze ziek worden. Kaboutertjes die pas in Beek zijn komen wonen vinden dat net als heel veel grote mensen niet leuk. De avond voor carnaval komen veel kaboutertjes niet thuis voor het avondeten. Het is bijna 9 uur en niemand mag naar buiten gaan om ze te zoeken. Gelukkig zijn kaboutertjes zo klein en kunnen daardoor toch stiekem gaan zoeken.  Al snel word duidelijk dat een paar groepjes kabouters net na zonsondergang het dorp hebben verlaten en het veld in zijn getrokken.  Ze zongen en hadden een karretje bij zich met daarop een grote fles met lekkere drank. De kabouters die dit hoorde maakte zich zorgen want het was koud buiten.  De kabouters hoorden dat vlak voor zonsondergang een groep kabouters bij het standbeeld van de Baeker Pottentaot, hadden staan zingen. Nadat ze de carnavalsgroet hadden uitgebracht trokken ze zingend het dorp in. De kabouters hoorden dat vlak voor zonsondergang een groep kabouters bij het standbeeld van de Baeker Pottentaot, hadden staan zingen. Nadat ze de carnavalsgroet hadden uitgebracht trokken ze zingend het dorp in.

Kabouterfeestje

Vanavond hebben de eerst kaboutertjes te horen gekregen bij wie ze gaan wonen. Ze vinden het allemaal erg spannend en zijn heel benieuwd naar hun nieuwe vriendjes. Pa Pinkelman heeft een feestje voor ze georganiseerd, als je goed luistert hoor je ze mompelen.

Het kaboutertje in Estland

In 2021 mochten de grote mensen geen carnaval vieren. Sommige jonge kaboutertjes hebben dat stieken wel gedaan. Ze hebben in het veld flink gefeest tot diep in de nacht. Omdat de kaboutertjes nog niet zo lang in Beek wonen wist niet iedereen de weg naar huis. Een kaboutertje was midden in de nacht helemaal verdwaald. Hij was helemaal alleen onderweg toen hij een vrachtwagenchauffeur tegen kwam. De vrachtwagenchauffeur zag het kaboutertje dat verdrietig was en het koud had. Hij heeft hem in zijn vrachtauto gezet waar hij kon opwarmen en hij kreeg warme chocomel met koekjes. Het kaboutertje was zo moe van alle feesten dat hij in de vrachtwagen in slaap is gevallen. De vrachtwagen was onderweg naar Estland. Dat is heel ver weg en daar is het in de winter erg koud. De vriendelijke vrachtwagenchauffeur wilde het kaboutertje niet wakker maken en heeft hem de hele reis meegenomen. Toen ze in de hoofdstad van Estland aankamen werd het kaboutertje wakker. “Waar zijn we?” vroeg het kaboutertje heel verbaasd. “We zijn heel ver huis, we zijn in Estland. Kijk maar eens naar buiten het is hier heel koud.” zei de vrachtwagenchauffeur en hij tilde het kaboutertje op zodat hij door de voorruit naar buiten kon kijken. De vrachtwagenchauffeur dacht dat het kaboutertje verdrietig zou zijn omdat ze zo ver van huis waren. Maar het kaboutertje riep “Hiep hoi, echt waar?” De vrachtwagenchauffeur keek verbaasd. Het kaboutertje zei: “Dat is geweldig, hier woont een vriendje van mij. Hij is met zijn ouders hier naartoe verhuisd en ik heb hem al heel lang niet gezien”. De vrachtwagenchauffeur was zo vriendelijke om samen met het kaboutertje opzoek te gaan naar zijn vriendje. Ze hadden hem snel gevonden en de kaboutertjes waren heel blij elkaar weer te zien. De vrachtwagenchauffeur is weer naar Nederland gegaan en als hij de volgende keer in Tallin is neemt hij het kaboutertje weer mee terug naar Beek.

Kabouter Tallin

Wie is Groot? Ik ben klein!

Vanmorgen in alle vroegte stond een kaboutertje op het station te kijken naar de treinen die kwamen en weer vertrokken. Vlak voor een nieuwe trein het station binnen reed plofte er een grote tas naast het kaboutertje op de grond. Het kaboutertje schok maar bedacht zich geen moment en kroop in de tas. Hoewel het donker was in de tas, ontdekte hij snel een broodtrommel met heerlijke broodjes. Na 20 minuten deed iemand de klep open. Er kwam een grootte hand in de tas en het kaboutertje was nu niet snel genoeg. De hand pakte de broodtrommel en deed hem open. Verbaasd keken grote mensen ogen naar het kaboutertje dat aan alle broodjes had geproefd. “Wie hebben we daar nou?” zei de eigenaar van de broodtrommel. Het kaboutertje mompelde met volle mond en de eigenaar van de broodje kon hem niet verstaan. Hij pakte het kaboutertje voorzichtig uit zijn broodtrommel en zette hem op het tafeltje naast hem voor het raam. “Ben jij soms een neefje van Hugo de Groot?” vroeg de man. “Hoe komt u daar bij zei het kaboutertje verbaasd? Nou die had zich ook in een kist verstopt, maar wel in een grotere.” Het kaboutertje begreep er niets van en dat zag de man. Hij vertelde het kaboutertje dat Hugo de Groot een hele slimme man was die gevangen zat in een kasteel. Hij las heel veel, zoveel dat hij iedere week een nieuwe kist vol met boeken kreeg. Op een dag toen de kist zou worden verwisseld voor een nieuwe had hij alle boeken uit de kist in zijn bed verstopt. Daardoor leek het alsof hij onder de dekens lag, maar hij was in de kist gekropen. De bewakers hadden niets in de gaten en zo is hij uit het kasteel ontsnapt.
Dat is een mooi verhaal zei het kaboutertje, waar woont die Hugo de Groot. Dat is heel toevallig zei de man, als je bij het volgende station uitstapt en daar naar de markt loopt kun je een heel mooi beeld van hem zien staan. Het kaboutertje vond het verhaal zo mooi dat hij die Hugo de Groot wel wilde zien. Op het station waar hij uitstapte woonde toevallig een neefje van hem. Hij rende naar hem toe en vroeg of hij met hem naar de markt wilde gaan. Dat vond het neefje wel leuk. Nadat ze met Hugo de Groot op de foto waren gegaan hebben ze bij de poffertjeskraam op de markt een heel poffertje opgegeten. Met zijn buikje vol is het kaboutertje daarna weer op de trein gestapt.

Anne Frank

Omdat pa Pinkelman zoveel aanvragen krijgt voor mensen die ook een deurtje en kaboutertjes willen hebben heeft hij onlangs op facebook, eenmalig! een aantal kaboutertjes beschikbaar gesteld. Het idee was om 20 kaboutertjes te verkopen zodat pa Pinkelman nieuwe bouwmaterialen en verf voor deurtjes kon kopen. Nadat het bericht 20 minuten op facebook stond had hij al meer dan 40 aanvragen. De volgende ochtend heeft pa Pinkelman onderstaand verhaaltje gepost. Hij kreeg verschillende vragen om het ook hier neer te zetten.

Voor alle duideljikheid, de kaboutertjes zijn ECHT op. Berichtjes plaatsen op facebook of mailtjes sturen heeft echt geen zin. Misschien maakt hij over een tijdje nog een keer een paar kaboutertjes, dat zal hij op facebook bekend maken. Maar voorlopig zeker niet en is daarvoor ook geen wachtlijst.

Deze foto heeft pa Pinkelman onlangs gemaakt toen hij in Amsterdam was. Daar staat een beeld van Anne Frank. Hij heeft daar een poosje muis stil naar staan kijken en voelde zich heel klein, nederig en dankbaar. Vanmorgen (woensdagmorgen) kreeg hij een beetje van dat gevoel terug. Pa Pinkelman was zo overrompeld door alle reacties op de kaboutertjes. Vooral de aanbiedingen om te helpen en veel hele lieve reacties van mensen die een kaboutertje willen betalen voor iemand die dat zelf niet kan. Het is ook pas vanmorgen tot hem doorgedrongen hoe het hele kaboutergebeuren in Beek leeft (en tot ver daarbuiten, zelfs in het buitenland) Ook het plezier dat veel mensen in deze tijd beleven aan de verhalen en het buiten bezig zijn met de kleine vriendelijke “sjnaake”. Chapeau iedereen! Jullie doen dat zelf, pa Pinkelman wakkert alleen maar her en der een vuurtje aan. Pa Pinkelman is iedereen in Beek dankbaar voor wat jullie met zijn idee hebben gedaan

👏👍 (en voorlopig gaan we nog gezellig door)
Ondanks dat hij had gezegd dat de laatste kabouter op dinsdagavond 00:00 uur, besteld kon worden heeft hij vandaag nog een paar aanvragen gekregen en ook daarvoor strijkt hij over zijn kleine hartje. Dus iedereen die NU een kaboutertje heeft aangevraagd krijgt en een. Maar dan zijn ze voorlopig ook echt op! (Hij heeft namelijk ook nog een grote mensen baan 🥴). Pa Pinkelman zal iedereen persoonlijk benaderen voor het afgeven van de kaboutertjes. Dat zal in de loop van volgende week gebeuren. Het zou wel handig zijn als iedereen de naam van de kinderen waar de kaboutertjes voor zijn en het adres via een persoonlijk berichtje aan pa Pinkelman stuurt.
Omdat er nu veel meer dan 20 kaboutertjes worden verkocht, is het bedrag dat pa Pinkelman ophaalt veel te veel voor het voorlopige onderhoud van de deurtjes. Hij heeft al een plannetje wat hij met het grootste deel gaat doen. Daar gaat hij nog niet verder op in want er moet nog het een en ander geregeld worden, maar het komt ten goede van kinderen in Beek.

Met Kniertje naar de zee kijken

Het reislustige kaboutertje was nadat hij met zijn neefje bij Hugo de Groot op bezoek was geweest daar op de tram gestapt. Hij had nog nooit in een tram gezeten en vond het vreselijk leuk om daar eens mee te reizen. Een tram in net een trein maar dan een beetje anders. Een tram rijdt gewoon over de straat tussen alle andere verkeer en stopt heel vaak. Het kaboutertje had geen idee waar de tram naartoe ging. Iedere keer als de tram stopte, stapte mensen uit en kwamen andere mensen naar binnen. Hij wilde zo graag opgetild worden zodat hij voor een raampje kon staan en naar buiten kijken. Maar niemand zag het kaboutertje staan, iedereen stond op zijn telefoon te kijken. Omdat het kaboutertje al de hele dag onderweg was werd hij slaperig van het geschommel in de tram. Opeens schrok hij wakker, “hé, kaboutertje, wat doe jij hier?” Vroeg een vriendelijke stem. Het was een schoonmaker die de prullenbak in de tram wilde legen. Voorzichtig tilde hij het kaboutertje op en zette hem op de bank. “Waar ben ik?” Vroeg het kaboutertje terwijl hij de slaap uit zijn oogjes wreef. “Je bent op het eindstation van de tram. Als je hier de hoek om loopt sta je op het strand.” “Op het strand?” riep het kaboutertje verbaasd, dat is leuk. “Maar waar kom je eigenlijk vandaag” vroeg de vriendelijke stem? “Ik ben samen met mijn neefje bij Hugo de Groot geweest en daarna op de tram gestapt”. “Dat is toevallig” zei de vriendelijke stem, dan ken ik jou neefje heel goed. Die woont toch op het station in de stad van Hogo de Groot?” Het kaboutertje knikte met zijn hoofdje. “Weet je wat!” Zei de vriendelijke stem. “Dan bel ik naar dat station en vraag of jou neefje ook naar het strand komt”. Dat vond het kaboutertje heel erg lief. “Ga maar alvast naar het strand, daar staat een beeld van een vrouw, Kniertje, die naar de zee kijkt. Ik zal jou neefje vertellen dat je daar op hem wacht.” Al snel zag het kaboutertje het beeld staan. Hij vond het bijzonder en heel mooi. Samen met Kniertje heeft het kaboutertje daar naar de zee gekeken totdat zijn neefje kwam.

Uitwaaien op het strand

Gisteravond heel laat kreeg pa Pinkelman een berichtje van het kaboutertje dat hij met zijn neefje aan het strand was geweest. Pa Pinkelman was een beetje ongerust omdat het zo hard waaide. Maar gelukkig wist hij dat het kaboutertje niet alleen was. Het kaboutertje was met zijn neefje de hele dag aan het strand geweest en zijn neefje had hem daar vanalles laten zien. Er is daar een heel groot gebouw dat een stuk de zee in gaat. Het waaide heel hard en het water klotst er aan alle kanten omheen en zelfs onderdoor. Het kaboutertje vond dat een heel vreemd gezicht en had zoiets nog nooit gezien. “Dat noemen ze ‘de Pier’ ” zei zijn neefje. Het kaboutertje begon heel hard te lachen. “Komt die naam van ‘pielink’? Vroeg het kaboutertje lachend. Nee” zei zijn neefje. “De ‘Pier’ is een bouwwerk dat een stukje de zee in gaat. Het lijkt misschien wel een beetje op een ‘pierlink’ maar dat is het niet.” In de zomer is het daar heel druk want mensen vinden het leuk om daarop te lopen. Het is net of je de zee inloop. Maar dat gaan wij nu niet doen” zei het neefje meteen. “Met deze harde wind zouden we er zo vanaf worden geblazen.” Het kaboutertje vond dat maar een eng idee. “Nee, laten we maar lekker verder lopen op het strand.” zei hij. Met hun korte beentjes was het een zware tocht om door dat losse zand te lopen. Toen de zon bijna onder ging hebben ze nog een tijdje naar de zee staan kijken. Het kaboutertje is met zijn neefje mee naar huis gegaan waar hij voorlopg even blijft logeren.

Bootje varen

Door de harde wind waren in het bos veel takken afgewaaid. Gistermiddag hadden twee kaboutertjes in het bos een groot stuk hout gevonden dat op een bootje leek. Ze hadden het door het bos naar de beek gesleept en waren er op gesprongen. Ze moesten zich goed vasthouden maar het lukte hun om heelhuids op hun bootje het bos uit te komen. In het dorp aangekomen bleef hun bootje in de rommel aan de kant van de beek hangen. Ze trokken hun bootje verder tussen de rommel zodat het niet wegspoelde. Vanmorgen in alle vroegte gingen ze kijken en hun bootje lag nog steeds tussen de rommel. Het koste hun heel wat moeite om het daar tussen uit de duwen, maar de harde stroming hielp hun een handje. Vlak voor het bootje door het water werd meegenomen sprongen de twee kaboutertjes er op. Ze hadden de grootste lol en genoten van de mensen die aan de kant naar hun keken. Hun bootje stroomde door het hele dorp tot ze in een stroomversnelling een grootte tunnel in werden geduwd. Het was er pik donker en het water stroomde erg hard. Ook hoorde ze rare geluiden en was het net of er oogjes naar hun keken. Plots trok er iets aan hun bootje en vielen ze bijna in het water. “Wat doen jullie hier?” sprak een hoog stemmetje. De kaboutertjes konden niet zien wie dat zei en hielden elkaar bang vast. “Niet bang worden” zei het stemmetje, “Wij zijn de donkere beek bewoners. Maar wat doen jullie hier?” De kaboutertjes vertelde wat ze hadden gedaan en dat ze niet hadden gedacht in de donkere beek te belanden. “Hoe komen we hier uit?” Vroegen de kaboutertjes. “Dat gaat vanzelf” zei het hoge stemmetje. “Jullie moeten je wel goed vasthouden want er komen een paar watervalletjes. Voor je het weet slaat jullie bootje om en liggen jullie in het water.” Het hoge stemmetje was nauwelijks uitgesproken of hun bootje maakte een grootte salto en de kaboutertjes lagen in het water. “Help, waar ben je?” Riepen de kaboutertjes naar elkaar. Maar ze konden nog steeds niets zien. Voor ze het door hadden werden ze ergens op gehesen. Dat was ook nat maar wel heel zacht. “Houden jullie je maar goed vast aan mijn vacht. Ik zal jullie wel weer naar het licht brengen.” Zei een andere stem. Na een tijdje zagen ze in de verte een beetje licht. Aan het einde van de donkere beek moesten ze wennen aan het licht en even later konden ze zien wie hun redder was. Ze zaten op de rug van een grootte vriendelijke bruine rat. Buiten was het kouder dan in de donkere beek en de kaboutertjes zaten te rillen op de rug van de rat. “Als jullie lekker tussen mijn vacht kruipen breng ik jullie naar een plekje waar je kunt opwarmen. Misschien zijn daar ook wel mensen die jullie weer naar huis kunnen brengen.” Zei de vriendelijke rat. Na een tijdje klom de rat uit de beek en liep naar een huisje. “Hier binnen kunnen jullie opwarmen. Er is hier ook vast wel iemand die jullie weer naar huis wil brengen. Maar jullie moeten wel heel zachtjes praten.” De kaboutertjes bedankte de rat en gingen naar binnen. Het was er lekker warm en er branden heel veel kaarsjes. Ze gingen heel stil in een hoekje staan tot ze opgewarmd waren. Er kwamen mensen binnen, die staken een kaarsje aan, ze gingen zitten en vertrokken weer. De kaboutertjes waren erg onder de indruk van wat ze zagen. Omdat ze al een hele tijd van huis waren,  hadden ze honger gekregen. Plotseling fluisterde iemand “hallo kleine vriendjes, kan ik jullie ergens mee helpen?” “We willen graag naar huis” zeide de kaboutertje heel zachtjes. “Kruip maar in mijn jaszak” fluisterde de stem “ dan breng ik jullie naar huis. In de jaszak was het lekker warm en toen ze thuis aankwamen bedankte ze de vriendelijke stem, ze waren nog net op tijd thuis voor het avondeten.

Sterke verhalen in de regen

“Weet je”, zei het ene kaboutertje tegen het andere, “vorige week heb ik in een helikopter gevlogen. We vlogen wel 500 m hoog en we vlogen wel 100 km snel.”” Nou” zei het andere kaboutertje,” ik heb op een nijlpaard gereden en die liep wel 150 km… Wij zijn helemaal over Limburg gevlogen… Dat nijlpaard ging ook zwemmen in een rivier en daar zaten ook krokodillen in… Wij hadden een parachute om… Wij hadden een roeispaan mee… Wij zijn ook nog over België en Duitsland gevlogen… Wij hebben op een eiland kokosnoten gegeten en kokosmelk gedronken… Wij hebben op een markt patat met frikandellen gegeten… Wij hebben ook hele grote vissen gezien, en die krokodillen hebben die gevangen en opgegeten…Wij hebben heel veel grootte vogels gezien, die vlogen met ons mee… Wij zijn ook nog met een boot een hele grote zee opgevaren… Wij hebben ook nog met een groot vliegtuig, met wel 200 mensen erin meegevlogen… Op die boot was ook een zwembad… In dat vliegtuig kon je een heleboel films kijken en door de raampjes kon je heel ver weg kijken… Toen ging het heel hard waaien… Wij zagen in de verte onweer… De golven kwamen helemaal over de boot heen… De bliksem vloog helemaal om het vliegtuig heen…
“Jongens komen jullie eten” riep de moeder van de kaboutertjes “morgen regent het ook weer, dan kunnen jullie verder gaan met elkaar sterke verhalen vertellen.”

Met de post naar Belgie

Meer dan tien dagen geleden had pa Pinkelman twee neefjes op pad gestuurd om bij hun nieuwe vriendjes in België te gaan wonen. Hij had ze goed verzorgd, netjes in een doosje gedaan. Genoeg broodjes, koekjes en pakjes chocomel meegegeven want hij wist niet hoelang de reis precies zou gaan duren. De meneer op het postkantoor had gezegd dat het doosje wel een paar dagen onderweg zou zijn omdat het helemaal naar het buitenland zou gaan. Toen pa Pinkelman zei dat er kaboutertjes in het doosje zaten zei de meneer van de post, “we mogen geen kabouters per post versturen, stel je voor dat ze ergens kwijt raken?” Pa Pinkelman verzekerde de meneer dat de kabouter genoeg te eten bij zich hadden en er vriendjes in België op hun zaten te wachten. De meneer van de post vond het uiteindelijk goed, maar ze moesten wel heel stil zijn tijdens hun reis. En daar gingen de kabouters. Het doosje werd opgehaald in een hele grote zak met heel veel andere brieven en pakjes. Achter in een auto hobbelde ze naar de postsorteercentrale. Daar werd de zak omgekiept en gingen de brieven en pakjes alle kanten op, belande in grote bakken en werden weggedragen. Toen alle post was gesorteerd lag het doosje met de kabouter nog in een hoekje. Alle mensen die daar werkten waren al naar huis gegaan maar niemand had het doosje opgemerkt. De kabouters lagen daar en de volgende en daaropvolgende dag lagen ze er nog steeds. Ze waren blij dat pa Pinkelman hun broodjes en chocomel had meegegeven, maar die waren na een paar dagen op en hun buikjes begonnen een beetje te knorren. Omdat hun pakje al een tijdje niet had bewogen wisten ze niet waar ze waren en hoelang het nog ging duren voor ze bij hun vriendjes aan zouden komen. Hoewel ze hadden belooft heel stil te blijven kropen ze toen toch stiekem uit het doosje. Hoewel het donker was konden ze zien dat ze in een hele hele hele grootte ruimte waren. Overal stonden dozen en pakjes en de kaboutertjes werden een beetje verdrietig van het idee dat ze niet wisten waar ze waren, dat er vriendjes op hun zaten te wachten en niet wisten hoe ze daar moesten komen. In hun zoektocht naar iets te eten hoorden ze ineens het geluid van piepende banden en gegiechel en rumoer. Ze konden nog net op tijd weg springen. Daar kwam een grote rode trapauto aan met een paar muizen op het zadel. De muizen hadden de grootste lol en reden rondje in de postcentrale. De kabouters stonden met open mond te kijken hoe ze keer op keer in volle vaart langs kwamen rijden. In de verte zagen ze dat een hele groep muizen stond en dat bij ieder rondje andere muizen mochten meerijden. Hoewel de kaboutertjes dachten dat de muizen hun niet hadden gezien stopte de auto plots. Een vriendelijk muis riep naar de kabouters, “hé jongens, willen jullie ook een rondje meerijden?” Ze bedacht zich geen moment en klommen boven op de trapauto. Na een paar rondjes stopte het autootje en klommen ze eraf. De muizen vroegen hoe ze in de postcentrale waren gekomen. “We zijn onderweg naar vriendjes in België, maar het doosje waar wij in zaten heeft al een paar dagen niet bewogen. We zijn bang dat ze ons zijn vergeten en nu weten we niet hoe we bij onze vriendjes moeten komen.” De muizen vroegen of ze wisten waar hun nieuwe vriendjes woonden. Gelukkig had pa Pinkelman hun een briefje meegegeven met de namen en het adres van hun nieuwe vriendjes. De kabouters lieten dat aan de muizen zien en ze kropen ermee op het autootje. Opeens begon het autootje te huilen, dikke tranen rolden over zijn koplamp. Toen de muizen weer naar de kaboutertjes kwamen vroegen ze waarom het autootje huilde. De muizen zeiden dat het autootje al heel lang in de postcentrale staat. Ooit is hij daar in een grote doos naartoe gebracht maar omdat het etiket met het adres er half af was gescheurd wist niemand waar het autootje naartoe moest. Sinds die tijd rijden de muizen iedere nacht, als alle mensen weg zijn rondjes door de postcentrale. Maar waarom moest het autootje dan huilen vroegen de kaboutertjes? Het autootje herkende het adres dat jullie hem gaven, daar wonen 2 hele lieve vriendjes, en hij vraagt of hij jullie er naartoe mag brengen. De kaboutertjes sprongen een gat in de lucht en waren ineens helemaal vergeten dat ze verdrietig waren en honger hadden. Omdat alle deuren nog dicht waren konden ze niet direct vertrekken. De muizen gaven de kabouters koekjes mee voor hun reis waarna de kabouters op het autootje klommen. Vol spanning wachten ze tot de eerste medewerkers kwamen. Toen de poort ver genoeg open ging, gaf het autootje vol gas en scheurde er met de kaboutertje op vandoor. Het was nog heel vroeg maar de zon begon al op te komen. Het autootje vond het geweldig dat hij eindelijk weer een keer buiten kon rijden en de kaboutertjes genoten van hun tocht. Zonder ook maar een keer verkeerd te rijden stopte hij na een paar uur. Ze stonden voor een grootte poort. Het autootje toeterde en hield van blijdschap niet op met toeteren. Toen de poort voorzichtig open ging zagen ze hun nieuwe vriendjes die al meer dan tien dagen op hun zaten te wachten. Ze waren allemaal heel blij dat ze elkaar uiteindelijk toch nog hadden gevonden.

Op avontuur in huis

“Waarom moest jij nou weer zo eigenwijs zijn”, gromt het ene kaboutertje tegen het andere. “Ja maar jij ben ook gewoon met me meegegaan….Als ik dit had geweten had ik dat nooit gedaan… Ja maar je hebt het wel gedaan… Nou mooi, en nu zitten we hier. Het is hier pikdonker en we kunnen geen kant op… Ja leuk toch, ik vind het wel spannend. Het is hier in ieder geval rustig en lekker warm. Het lijkt wel een beetje op een geheim holletje… ja, leuk hoor! Wie weet hoe lang we hier nog moeten zitten!
Opeens gaat een deur open, ‘klik’, een lamp gaat aan. De kaboutertjes kunnen elkaar weer een beetje zien. Even laten horen ze rare geluiden… ploep… ploep…klaterde klater. Dan beweegt hun holletje en vallen de kaboutertjes op de grond. Als ze hun blik omhoog richten, kijken ze in het kruis van een afgezakte broek. Twee gefronste ogen kijken over de broek naar de kaboutertjes. “Wat doen jullie nu hier?” Vraagt een stem. “We waren op avontuur in huis. Toen we op de rollen wc papier waren geklommen stortte de hele stapel in en kwamen wij vast te zitten in een rol.” Zei het kaboutertje. “Alla, hoppa, snel naar huis stelletje avonturiers”, zeggen de gefronste ogen. “Jullie hadden allang in bed moeten liggen.”

Abseilen langs de flat

Net kreeg pa Pinkelman telefoon van de brandweercommandant. Om Pa Pinkelman niet te laten schrikken zei hij meteen dat er geen gewonden waren gevallen, geen schade was ontstaan en alle kabouters inmiddels weer in veiligheid zijn gebracht. Maar wat was er dan gebeurd? De brandweer werd een uurtje geleden gebeld door een oplettende bewoonster die verschrikt vertelde dat er een paar kabouters aan haar vensterbank hingen. Ze waren daar gaan abseilen en slingerde nu aan het touw omdat dat te kort was waardoor ze niet op de grond uitkwamen. Ze maakte een kabaal van jewelste. Gelukkig hadden ze elkaar goed vast en waren ze sterk genoeg om daar te blijven hangen tot de brandweer met een hoogwerker aan kwam. Toen ze door de brandweer naar beneden waren gehaald vertelde ze dat ze in de krant hadden gelezen dat er mensen van een flat konden abseilen, en ze wilde dat ook wel eens proberen. Ze hebben nu toch wel een beetje de schrik in hun beentjes gekregen en zullen dit nooit meer doen. Gelukkig is alles weer goed afgelopen. De oplettende bewoonster heeft de kabouters even mee naar binnen genomen. Vanavond mogen ze daar blijven, morgen gaan ze terug nar huis. Ze hebben nu koekjes en warme chocomel gekregen en worden goed verzorgd. Pa Pinkelman zal de oplettende bewoonster nog persoonlijk bedanken en als de makkers morgen weer thuis zijn, zal hij nog een hartig woordje met hun gaan spreken.